Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Middelburg gekomen. En de „Malle Betsie"? Ja de stadhuistoren heeft de hebbelijkheid, of moet deze althans gehad hebben, om over de stad de wijsjes van de „Lange Jan" na te echoën.

Donderdag is de wekelijkscne feestdag van Middelburgs „Lange Jan". Dan hoort ge hem reeds van verre 2ijn lustige wijsjes zingen, en ge weet, dat hij wat joolt en malt met al de vroolijke boertjes en boerinnetjes, die op zijn kleurigst en fleurigst aangedaan „naar stad" zijn gekomen in de blankoverhuifde Walchersche marktwagens, en nu in lange risten op- en neerdrentelen, van moe en zus, die onder de zuilengang van de beurs op het Kortenburg hun bovenste beste botertje en hun versche eitjes slijten aan koopgrage stadschen, naar pa en broer, oom en neef, die op den Dam, daar bij het droogdok, gewichtig aan het graanhandelen zijn. O, dat is een voortdurend op- en neergaan door Éange- en Korte Delft, van al wat Walcheren en een groot deel van Zuid-Beveland aan jeugd en bloeiende schoonheid bezit! En soms glijdt door die boerinnen-volle straat een gulle schaterlach, die van mond tot mond een gansche rij blozende maagdekens maakt tot het symbool van zorgelooze vroolijkheid. Want de Zeeuwsche markende boerin is vroolijk, ja zij heeft in heel haar houding, in haar lonken en haar lachen, in haar natuurlijke eenvoudige schalkschheid iets, wat de dochters van Hollands platteland missen.

En dat hebben de vreemdelingen ook wel ter dege opgemerkt. Hoor maar wat Mary Waller ervan zeide in „Through the Gates of the Netherlands": „Middelburg is Dutch to the marrow in sentiment, but is half Spanish in temperament; by temperament I mean the manners of its people, the general gayety and delight in the „joy of living" that shows plainly among the citizens".

Och de Zeeuwsche schoone wil het wat graag weten, dat ze in heur dracht aardig en mooi is, en ze neemt het u ook volstrekt niet kwalijk, dat ge

Sluiten