Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zangen uit de Figaro of de Don Juan. Maar dan is het net, of al die klanken geen weg weten tusschen het eenvoudige boerenvolk, of ze al verder glijdend mondaine vreemdelingen opzoeken, die — ik spreek hier natuurlijk van de gulden vrededagen — naar Middelburg komen van de Belgische badplaatsen.

Maar ook die beiaardmuziek kan haar verdiensten hebben, wanneer zij een fijngevoelig mensch bereikt als Alfred Georg Hartman, die er „ein Gruss aus Deutschland, der der Seele goldne Schwinge gibt", in hoorde, en door den Middelburgschen klokkenzang geïnspireerd werd tot een der aardigste passages in zijn „Das Paradiesische Holland" (uitgave Centraalbureau van Vreemdelingenverkeer, Plan 1913), waarin ik vind:

„Wenn ich so alt wie Methusaiem werde, vergess ich das Ydyll auf dem Buttermarkt nicht", Der „Lange Jan" singt Mozart, und unter den Arkaden an den Korten Burg wimmelt es von Zeelandischen Bauernvolk.

„Und dazwischen schlendern die zahllosen Fremden, Engiander, Amerikaner, Deutschen, Franzosen. Und „Der Lange Jan" singt Mozart und die Sonne scheint auf die mehr als dreihundertjahrige Linde, die, wer weiss wie lange schon, Menschengeschlecht urn Menschengeschlécht auf dem Buttermarkt gesehen hat. Und „Der Lange Jan" singt Haydn. Da taucht in dem schwarzen Menschengewühl ein jungés Madchen in der Tracht der Zeeianderinnen auf. Zu alt für ein Kind und doch auch zu jung für eine Jungfrau, schaut sie in die Welt wie ein richtiges Aschenbrödelchen".

Zoo vertelt Hartmann verder van de kleine schoone Doortje, die de belangstelling van alle vreemdelingen trok, die zich omringd zag van ingestelde kodaks en van schilderlustige ladies, en boter en eieren hun attractie ontnam, want al „ist man der Butter wegen" naar Middelburg gekomen, wie zou er niet kijken naar „solch Kleinöd".

Maar ook het meest vrijpostige Walchersche

Sluiten