Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

DE AESTHETISCHE VERZORGING DER BEVEILIGINGSZÓNES ROND GROOTE STEDEN.

Men ziet het, stedenuitbreiding, plantsoen- en parkenaanleg, voeren onze gedachten van zelf buiten de „villes tentaculaires" naar het platteland, waar overal de „Heimatpflege" de factoren zal moeten opsporen die een beslissenden invloed uitoefenen op de aantrekkelijkheid van het landschapsbeeld. Reeds even buiten de laatste aaneengesloten woonwijken onzer steden komen weer talrijke vraagstukken oplossing eischen en ook die dienen onder oogen gezien te worden bij het streven naar de mooie stad in het mooie land. Daar is bijv. de onbebouwde ruimte, die als een breede gordel van zandopspuitingen, dijkwegen en grondwerken troosteloos naar onze grootste vaderlandsche steden scheidt van de grazige weilanden, en die den wandelaar dwingt heel ver te gaan om den leelijken buitenkant der groote stad in groei te ontloopen. Vooral 's-Gravenhage naar de zijde van Rijswijk en Voorburg heeft straatcomplexen die ver in het land vooruitgeschoven staan en in hun botte muurvlakten den wandelaar op onaangename wijze herinneren aan mislukte of voorloopig gestaakte bouwexploitaties.

De jongste tijd heeft op dit land, dat eigenlijk niets anders is dan een aan het landschap ontrukte en nog niet aan de stad afgestane zóne grondgebied, de aardige volkstuintjes gebracht, die nu de peentjes en slakroppen van den kleinen burgerman laten groeien op dien dikwfjls jarenlang braakliggenien steppen-

Sluiten