Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtigen gordel. Die volkstuintjes herinneren in hun grappige door elkaar ligging in hun primitieve karakter van landelijke warmoezierderijen in het klein aan den zelfkant der reuzenstad, aan de prettige buitensingels en slatuintjes, aan de arcadische „paden" en vaartjes, die onze ouders zich nog uit hun jeugddagen herinnerden „buiten de poorten". En zoowaar, daar gaat de Amsterdamsche gemeenteraad een duur wandelpad aanleggen door den Buitenveldertsqhen polder naar den Amstel! De traditie van de verminkte eens zoo geliefkoosde Amsterdamsche wandeling door de slatuintjes kan in dat wandelpad, voortleven en als de gemeenteraad dan ook nog besluiten kon om verschillende gemeenteweilanden aan den Amstelveenschen weg gelegen als „plukweiden" vrij toegankelijk te stellen, zie, dan was Amsterdam voor den kleinen burgerman, die met zijn kroost niet zoo maar naar het Gooi of Zandvoort kan gaan, weer een heele aantrekkelijkheid rijker. Die Amstel veensche weilanden staan in April vol dotterbloemen. Zaai er ook nog koekoeksbloemen en margrieten en ge hebt daar ideale plukweiden voor jong Amsterdam. Door de proef te nemen zou dan al of niet bewezen worden, of het mogelijk is een groote stad door omringend bloemig weiland af te sluiten! Dit probleem is ook reeds voor Den Haag door Dr. H. T. Coienbrander onder oogen gezien, die zijn overdenkingen heeft samengevat in:

„Thans zou zij moeten worden toegepast in verhoudingen, waarvan men vroeger niet droomde en op een stad, waarvan het thans nog niet mogelijk is te voorspellen, hoe groot, bij benadering haar wasdom nog zal zijn.

Men beginne in ieder geval zich te verzekeren van afsluitend houtgewas, waar het is (Vreugd en Rust, spoedig te volgen door de Voorde's) en trekke niet te eng de lijnen van de toekomstige, zwaar te belommeren ceintuurbaan, die even noodig is voor de afsluiting der stad ais voor het verkeer tusschen haar buitenste wijken onderling. De aanleg zelf zal moeten

Sluiten