Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJF EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

HET NEDERLANDSCHE OPENLUCHTMUSEUM ALS EEN APOTHEOSE VAN ONZE LANDSLIEFDE.

Door het motto: „dat konden we alleen samen maken", heb ik er op gewezen, dat er geen scherpe' grens is te trékken tusschen de arbeidsterreinen van minstens een paar dozijn zustervereenigingen.

De twee meest op den voorgrond tredende organisaties voor het behoud van ons mooie Nederland — de Bond Heemschut en de Vereeniging tot Behoud van. Natuurmonumenten — naderen in hun belangensfeer elkaar reeds even buiten de bebouwde steden, waar beide ijveren voor het bewaardblijven van vogelboschjes, lanen en plekjes ongeschonden natuur.

Hoezeer de wegen van de een de cultuurhistorische,' en van de andere de natuurhistorische richting ook uitgaan, tenslotte ontmoeten zij elkaar toch weer in het nationale park, in het ideale openluchtmuseumnatuurmonument. .

Immers de uiterste consequentie eener logische redeneering brengt ons van zelf tot zulke grootsche beeldenconcepties, waarvan de verwezenlijking door samenwerking mogelijk is gebleken in de Lüneburgerheide.

De Duitsche vereeniging „Das Naturschutz-park" heeft, eh terecht, zich niet alleen bepaald tot het beschermen van een vier kwadraat mijl groot heidegebied, tegèn de invloeden der voortschrijdende cultuur, maar zij heeft de in die „Zentralheide" liggende aartsvaderlijke Nedersaksische hallehoeven

Sluiten