Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der vriendelijke ontspanningsoorden, die in wijden kring gelegen zijn om Hannover „die Groszstadt im Grünen" aan de voormalige „Landwehren" dankbaar de motieven in hun architectuur hebben verwerkt van de boerenhuizen uit het heidegebied, waarbij de gevelversiering der windvanen met de Irmenzuil of de beide aan Wodan geheiligde paarden niet vergeten werden. In Denekamp geeft villa „de Borcht" een voorbeeld van toegepaste Nedersaksische bouwwijze in het gebied, waar het hallehuis binnen onze grenzen nog in zijn meest origineele oorspronkelijkheid hier en daar als „los Httes" wordt aangetroffen.

Men moet het Voordeel van centralisatie niet onder-, schatten,' daar het juist de detail-verschillen zijn, welke de deskundigen een leiddraad geven bij hun onderzoek in een groote centrale stichting als het Nederlandsche Openluchtmuseum op den Arnhemschen Waterberg zal worden. Daarnaast moet men bedenken, dat het bijv. voor Twente ten hoogste tijd is althans één enkel erf ongemoderniseerd als gewestelijk cultuurhistorisch museum in stand te houden, opdat de bewoners, die moeilijk een gang zullen ondernemen naar het centrale openluchtmuseum, tot hun kinderen en kleinkinderen kunnen zeggen: „Zie zoo was het eens". Maar men diene hiermede niet te lang te wachten. In i912 telde men naast "het thans op den Waterberg reeds staande behouden „Het Teusse" nog de beide köttershoeven: „Het Willems" onder Tilligte en „het Weustinck" in de Broekheurne, gemeente Lonneker onder de oudste typen. Het laatste werd ten spijt van de onvermoeide pogingen van den voorzitter der Twentsche oudheidkamer, den heer J. J. van Deinse, onnoodig gesloopt, en het merkwaardige huisje van Tilligte, dat in zijn door roode pannen afgedekten uitbouw een der zeldzaamste oplossingen te zien gaf van een uitgebouwde .haardplaats, werd vertimmerd „hopeloos verknoeid, afschuwelijk gemoderniseerd", gelijk de bekende voorvechter van Heemschut in Overijsel — Mr. G. I. Ter Kuyle zich uitdrukte/

Sluiten