Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want ofschoon de meeste huizen en gebouwen oer-echt zijn in hun onderdeden, zoo is het voor aanvechting vatbaar, of een oud huis, geheel uit elkaar genomen, overgebracht van het platteland naar een museumterrein en daar in elkaar gezet, noodzakelijk gerestaureerd en met eenige fantasie gereconstrueerd, niet een geheel ander huis is geworden, een „model", dat de geschiedenis mist, welke juist aan het echte zulk een wondere bekoring kan geven.

Volkomen juist aangevoerd zou dit bezwaar zijn, wanneer men in het Nederlandsche Openluchtmuseum evenals in de vroegere poppenkooikamers het leven wenschte na te maken. Maar dat wil men juist niet. Men hoopt slechts den bezoeker die de Nederlandsche volksbeschaving wenscht te bestudeeren een vereenigd beeld te geven van al de uitingen van plattelandshuizenbouw, inrichting, kleederdrachten, etc, zoodat hij zich de visu .kan overtuigen van de actieve rol in het vroegere leven van vele voorwerpen, welke door den jongeren tijd zijn verdwenen en eenig begrip krijgt van een volkskunst, die een ruim veld van studie biedt aan hen, welke door het oppervlak tot het wezen kunnen doordringen. Het openluchtmuseum op den Arnhemschen Waterberg zal doorloopend boeien, zich verheugen ook in de belangstelling onzer meest moderne bouwmeesters. Bij een bezoek zullen zij zich misschien herinneren, dat een van hun voormannen — architect K. P. B. de Bazel — eens zoo schoon gezegd heeft:

„Aldus hoopvol gesterkt door zekerheid, dat het eeuwig scheppend beginsel en zijn methode in der menschen vermogen niet ophoudt te werken, konden wij leeren hoe wij het verleden zijn waarde kunnen laten, niet alleen, maar ook de eere geven, die het toekomt; door des kunstenaars steeds nieuw opbloeiende kracht te erkennen; door met zelfgesponnen draden, zijn tijds- en toekomstvisie te doen weven in bet eeuwig stramien der van toekomst naar verleden rollende schering."

Wanneer men dan oplettend in ons land rondziet

Sluiten