Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 6. Ons mooie Nederland II.

Gelderland II. De Geldersche Achterhoek

door D. J. VAN DER VEN, 250 bladzijden met 62 afbeeldingen naar photographische opnamen f 1 50

In prachtband met goud f 2.—

ENKELE PERSSTEMMEN: ^."V^

De heer Van der Ven is een dichterlijk waarnemer, die van liefde voor de natuur blaakt en oog heeft voor het werkelijk mooie, dat landschap en menschenwerk in een streek aanbieden. Met dien schrij. ver een landschap doorwandelen is een waar genot.

Dr. H. Blink in „Vragen van den Dag". Waar de stof in dit boekje zoo met liefde behandeld is, daar kan het niet anders of van deze werkjes moet een uitnemende invloed uitgaan, dien we niet genoeg kunnen steunen. „The spirit of the place !" Waar Van der Ven daar den nadruk op legt, daar behoeven we eigenlijk niet verder te beschouwen, want wie het „eigen" in de dingen heeft ontdekt, die is hun beste vertolker.

Tom Sehitperoort in „Auto-Leven". Een«boekje, dat door zijn inhoud een „laatste stuiver" waard is.

„De Standaard".

Voor ons Achterhoekers is het goed, dat een vreemdeling ons eens vertelt, hoe hij onze landstreek ziet en wat hij er moois in vindt Wij zelf meenen allicht, dat het nergens zoo goed en zoo aardig is als „bij ons". Maar als er nu iemand komt, die in Hollands sleden is geboren en opgegroeid, die groote studiereizen in het buitenland heeft gemaakt, die Ammerland, de Lüneburgerheide, Oost-Pruisen, Finland en Zweden kent en die veel gestudeerd heeft in volkskunde, natuurlijke historie en zoo meer en als die dan onzen Achterhoek en onze Achterhoeksche menschen bewondert en prijst, dan is zulk een oordeel veel meer waard Wij danken hem zeer hartelijk namens ons Achterhoeksche land en volk. ti W. Heuvel in „De draaf schapsbode".

Van deze prachtige uitgave is geen goeds genoeg te zeggen, ze is eenvoudig schitterend, zoowel wat de boeiende tekst als de 62 goedgekozen mooie illustraties betreft. „Nieuw Vrouwenleven".

Mag de Achterhoek haren beschrijver dankbaar zijn, ook de lezer moet dat gevoel jegens den samensteller van dit boekje hebben, dat hem zoo veel wil doen genieten dat hem waarschijnlijk onbekend was.

H. W. J. Leliman in „De Bouwwereld".

Weer een pleizierig boekje van den schrijver van Gelderland I Ook in dit werk blijkt weer welk een warme belangstelling de schrijver voor de bouwkunst heeft, waarvan in den Achterhoek zooveel interessante voorbeelden te vinden zijn. „Het Bouwkundig Weekblad".

En wie er nooit nog was, die kan door dit boekje de verzekering verwerven, dat Nederland een heerlijk land is, rijk aan natuurschoon en verblijdt zich, dat een innig natuurvriend hem mild toedeelt deze schoonheidsschat. Een nationaal bezit!

Anne Hallema in „De Sollicitant".

12

Sluiten