Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In „De Maasbode" van Dinsdag 5 Nov. 1918 Avondblad, \ wijdt de bekende schrijfster Marie Koenen een uitvoerig j artikel aan de Vaderlandsche Boeken der Meulenhoff- I Editie, onder den titel:

D. J, VAN DER VEN's MEULENHOFF-BOEKJES waaraan we het volgende ontleenen:

RIjkhandig heeft de schrijver den schat van zijn vorschen en I voelen in deze boekjes gedragen, en het resultaat voor den lezer f is, dat hij vóór alles Iets leert, dat hem levenslang tot vreugde I zal zijn, dat is het Wandelen.

Zeker is dit niet de geringste verdienste van dit mooie werk, 1 dat het een sport verheft tot een kunst. Geven we ons over aan Van der Ven's boelende leiding, volgen we dezen gids langs zijn 1 „eenmanspaden", zijn lanen, door straten en stegen, dan gaan onze' oogen open open en ontwaakt ons hart voor dingen, dies we eerst niet zagen of kenden, en, verrijkt met deze nieuwe ontvankelijkheid, gaan we voortaan zelf de eigen wegen zoeken.

Hebben we eenmaal naar Van der Ven geluisterd, dan kunnen we niet meer gedachteloos rondloopen door de natuur, of door I dorp en stad. wie „Qelderland" en „De Geldersche Achterhoek" las, kent er het land tot In zijn hart en uitersten, maar weet tegelijk wat hij zoeken, zien en vragen moet in elke andere ^ landstreek. Wie zich verdiepte in Van der Ven's „Bloemen" of in zijn „Paddenstoelen" kan geen enkel van de duizendvoudig^ wonderen der flora meer voorbij gaan. En na „De Torens zirtgetr.i , beluisterd te hebben, kan hem immers geen torenklok of toren-spits, waar ook, onverschillig zijn.

Het Is duidelijk en uitgesproken Van der Ven's bedoeling, toen hij in 't eerste oorlogsjaar ons het eerste van zijn boekjesj „Qelderland" gaf, Vadenandswaardeering op te wekken. En ztjni eer is het, dit te doen op zijn geheel eigen, en zeker de eenig goede wijae: door liefde, die wakker roept. Want alleen liefde tot de beschreven landstreek, liefde tot de bloemen, tot het

wondere leven der paddenstoelen" en tot der steden stem en Sier: de klokken en de torens, kan hem genoopt hebben tot deze belangstelling voor alles, wat ze hem tot in hun diepste geheimnis leerde kennen. '

Hij putte uit elke wetenschap, verrijkte zteh met alle vondsten2 der natuur en geschledvorschers: en werd al zwervend en speurend, al lezend en werkend, de wandelkunstenaar bij uitnemend- ; héld. Van al wat overlevering, historie en litteratuur over zijn^ Onderwerp boekten, ontging hem niets; en betrapte hij de natuur In haar schoonste oogenblikken, de bewoners der landsche j hutten hoorde hij even gemoedelijk uit als hij ijverig snuffelde^ in de archieven. Zoo is er geen gehucht, geen kerk, geen nulzeke in de streek die hij beschrijft geen, steen, geen boom, geen bloem, geen beestje ot hij weet er alles van, maar even goed

Sluiten