Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I alles over de menschen, die er wonen en werken. Volkskundige, I historicus, botanicus, boomkundige, bouwmeester, tuinarchitect, alles en meer tegelijk is deze boeiende leider door land en stad i en bosch. Nooit oppervlakkig en onvermoeid laat hij niets aan I zijn aandacht ontgaan. En 't eenige wat we zouden kunnen aan| merken op zijn boekjes, waarin hij heel den oogst van zijn kennis optast, is dat ze een „te veel" geven. Zoodat we moeten lezen en herlezen om alles in ons op te nemen, eigenlijk nöólt uitgelezen I komen en telkens weer kunnen opslaan om er steeds weer, zooals in de natuur en leven zelf iets nieuws en mooiers te ontdekken.

Toch is Van der Ven niet opdringerig met zijn veelomvattend weten, hij vertelt en wijst, doet ons stilstaan, zwijgt op tijd, zoodat ook onze eigen gedachten hun vrijen loop kunnen nemen. I Meer wil hij niet wezen, dan een, die ons den wegwijst en ons

- Inwijdt in de dingen, die zijn eigen geluk zijn. Tegelijk veri stands- en gevoelsmensch, treft hij den juisten toon om elkeen

te boeien, Is hij nu cruisen, dan dichterlijk, maar altijd kernachtig.

Een kerncollectie van kleine kunststukjes vormen de foto's, die elk van zijn boekjes versieren en hoe rijk de tekst is, zegt ons reeds elke inhoudsopgave met de pakkende titels der hoofdstukken en de opwekkende pagina-opschriften.

Wij voelen het in elke bladzij van deze landschap-beschrijving, dat Van der Ven over alles wat zijn aandacht trekt nog heel wat meer zou willen vertellen. Hij doet dat voor wat zijn grootste liefde, de flora betreft, in zijn Bloemenboekje, dat ons door de : seizoenen heenleidt en ons over sneeuwklokjes, katjesblqeL ; anemoontjes, wei- en oeverbloemen, herfst- en winterbloei alles • vertelt,-wat een dichterlijk botanicus en folklorist maar weten kan.

Dan opent hij ons de sprookjeswereld der paddenstoelen, ons '„verbijsterend door haar wonderen en zijn weten, tegelijk een 1 pleidooi houdend voor dit miskende volksvoedsel, waarnaar I hongerend Nederland beter luisteren mocht.

En daar ineens over stad en landschap héén, over al hun groote i en. kleine wonderen, hun ruimten en intimiteiten: de Torens, die : zingen... Een rijkdom van allerbelangrijkste afbeeldingen en een I prachtig doorwrochte tekst, die van klokken en carillons en torens ; alle»bizonderheden vertelt, levendig, pittig en onweerstaanbaar...

Elk der hier vluchtig vermelde deeltjes vraagt om een beschou\ wing op zich ïelf, grondig doorwerkt zooals ze zelf zijn. Maar c de allerbest» wijze om ze te leeren kennen is immers ze zelf tte lezen! Niemand, die begint met er in te bladen om plaatjes tte kijken zal dit kunnen laten.

- Is er nog een huls, waar tenminste één van Van cder Ven's Doekjes niet is doorgedrongen?

Vaderlandswaardeering, wandelkunst leeren ze ons een voor eeen; frischheid en geestkracht gaat er van uit, maar ook leeren zze ons lezen over onderwerpen, waar we een heele bibliotheek woor noodig zouden hebben als wij zelf er over moesten zoeken vwat, zij ons zoo vlot en prettig, zoo bondig en boeiend vertellen. \Wel zijn we D. J. van der Ven veel dank schuldig voor dit alles.

Sluiten