Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

63. Ketelkoek van gort met stroop.

Twee ons gemalen gort, Vg lepel gist, 2 kopjes lauwe melk, een ei, 1 mespunt zout, 1 lepel suiker.

"Van de gort, gist, melk, zout en 't ei maakt men een beslag. (De gist roert men daartoe eerst aan met wat warme melk). Vervolgens doet men dit beslag in een vorm, dien men te voren met wat boter heeft bestreken en met paneermeel bestrooid. Men laat dit Vg uur rjjzen, dekt den vorm dicht en kookt daarna den koek in- een pan met kokend water (± 2 uur).

Men kan ook dit beslag in een doek of zak koken, evenzoo in een pan met kokend water. Om het aanbranden van doek of zak te voorkomen, doet men dezen op een bord, in de pan. Deze laatste soort van koek is de zoogenaamde

64. Zakkoek, trommelkoek, of „Jan in den zak."

In den goeden tijd werd bovenbeschreven beslag vermengd met krenten en rozijnen öf met succade, doch dank zij den oorlog zijn deze bybehoorende zaken sedert lang niet meer verkrijgbaar.

65. Rhabarberschotel met aardappelkorst

Een bos rhabarber, Vg ons suiker of meer, naar smaak, 3 of 4 gekookte, fijngemaakte daarna gezifte aardappelen (purée), 1 volle lepel boter of mélange;

Sluiten