Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen merkte ze de bloemen.

„O, wat prachtig. Heerlijk, altijd zulke bouquetten te kunnen hebben. Heb jij ze gemaakt Jan?"

„De bloemen in de vazen heeft Martha geschikt, maar de mand is van mij".

„Eenig. Wat een prachtige rozen. En wat zijn dit? En dat?"

Jan, blij om haar lof, noemde de namen.

„O, die moeilijke woorden vergeet ik dadelijk weer", lachte Emma.

En toen, met een teere irmigheid in haar stralende oogen:

„Maar ik vind het heel lief van jullie, dat je 't hier zoo mooi gemaakt hebt voor mij".

Martha schoof een vouwstoeltje bij.

„Wil je niet gaan zitten? Je zult wel dorstig zijn na de reis. Je wilt immers wel een kopje thee?"

Sluiten