Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergat, wanneer een idee hem gegrepen had.

„Kunnen wij niet met elkaar mijnheer gaan opzoeken?" vroeg Emma gretig. „Ik zou zoo graag den tuin eens zien. En de kassen".

Ondanks haar liefde voor Jan zag Emma er soms tegenop, straks terug te moeten naar 't dorp, dat ze zoo gaarne verlaten had voor de vroolijke stad.

Doch terwijl ze aan Jans arm ging door den grooten tuin, waar dichte boomen hun schaduw spreidden, en op sommige plekken kleurige bloemen mild bloeiden, leek 't haar heerlijk, hier eenmaal meesteresse te zullen zijn. En de stad, al was 't niet Amsterdam, lag vlak bij.

In de kassen, waar zwaar een geur hing van sterkriekende bloemen, vonden ze mijnheer Verheull. Zijn ééne hand hield een half-afgewerkte

Sluiten