Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze hoorde 't papier ritselen tusschen zijn vingers.

Toen ze zich omkeerde, naar de tafel toe, de twee kopjes koffie in haar hand, had hij *t al weer neergelegd/

„Dacht je te gaan?" vroeg hij, haar aanziende.

„Och ja, waarom niet. Tenminste vanmiddag".

„Zou 't wel goed wezen, nou te rijden ?"

„Ik zal 't natuurlijk kalm aanleggen. En als 'k wat moe word, kan ik immers in de tent gaan. Als 't nog op een vrij terrein was, waar iedereen komt. Daar botsen ze soms tegen je aan, in hun woest rijden. Maar 'k zou niet weten, waarom 't me hier kwaad kon doen".

„Schaatsenrijden blijft toch altijd wat gevaarlijk. En je vat licht kou", vond hij.

Sluiten