Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij had, terwijl hij alleen was, wel zitten mokken om haar weggaan. Doch nu versmolt zijn wrevel om haar tranen.

„Ik had niet moeten gaan. Ik had niet moeten gaan", snikte ze.

En hij suste aldoor: „Stil nou toch, Emmi. Niet zoo schreien, vrouwtje. Daar maak je 't minder mee. Dat is niet goed voor je".

Eindelijk werd ze wat bedaarder; gehoorzaamde ze, toen hij haar drong naar bed te gaan. Maar *t laatste, wat ze dien avond vroeg, was: „Je bent immers niet boos op me, ventje? In 't geheel niet boos?"

VIII.

In haar slaapkamer, die al wekenlang ziekenkamer was, lag Emma op een rustbed, 't Was zoo geplaatst, dat de voorjaarszon vol scheen op

Sluiten