Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d.

lf

I

s

a\

et id ie :e >r

te

v. m

rst [f.

Toen zei hij ontroerd: „Ik heb ook schuld, Emma. Ik heb je willen "maken tot iets, wat je volgens je "natuur niet worden kon. 'k Heb je in de schaduw willen houden, en je had zonneschijn noodig. 'k Moest begrepen hebben, dat je 't hier stil zoudt vinden, nu je pas uit de stad kwam; dat je wel eens uit wou; omdat ik hieraan geen behoefte had vond ik, dat jij er ook wel buiten kon. Ik zelf heb je gedreven tot een omgang, die niet goed voor je was."

„O Jan, zeg dat niet", viel Emma hem in de rede. ,,'k Had me niet met mevrouw Van Leeuwen moeten I inlaten, nu 'k jou er verdriet mee deed".

„Zij bestaat in 't vervolg niet meer voor ons, wel?" vroeg hij.

„Nee, met haar zal 'k breken", beloofde Emma. „Als jij me^ maar vergeven kunt, wat gebeurd is". En,

8. Jong Vrouwtje»

Sluiten