Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Th. VAN AMEIDE

HERFSTUCHTEND

Wij treden uit den schemerkoelen nacht van 'thuis te samen in de hooge dreven, hoor onze voeten op de kiezels, even . . . er is een stilte alsof de wereld wacht.

De wilgen ronden in de nevelwei zacht-violet hun stam door 't lichtend grijze, zij doen hun kronen tot in 't klare rijzen, maar in de verte is 't ééne droomerij.

In diepen donkerblauwen boomenschüuw rijzen de fijne, lichte morgendampen, daar strijken stralen langs in breede schampen, door blèren blinkt het zilvrig hemelblauw.

De parelende dauw op struik en gras ligt klaar en stil, of schitterend bewogen door zuchtje in zon, tot kleine regenbogen kleurt vochtig spinrag tusschen 't houtgewas.

Er is alom een spiegelend gewemel, maar alles zwijgt en alle kleur is vaal, alleen der boomen top staat sfcherp en schraal in zon geteekend op den schrillen hemel.

Sluiten