Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die zware wanden zagen de eeuwen wijken, Trotseerend Tijd en Stormwind en Houweel, Geslachten sterven, val van koninkrijken Als viel slechts hun de onsterfelijkheid ten deel.

En, zooals vaak in 't Leven 't trotsche en teere Vereend zijn, speelde op 't geel-bebloeide groen Een kinderschare, in roze en witte kleeren, Luid-juichend om den gouden zomer-noen, Zóó blij, zóó blij, als zou nooit leed hun deren Geen Dood dit broze schoon verwelken, doen.

DE LEEUWERIK

Het klare water vloeit als rein kristal

Door groene landen, 't Gebloemte zoomt de boorden overal

Met gele randen, De leeuw'rik rijst de morgenvelden uit

En zingt een lied, Dat ik wel hooren, wèl gevoelen kan

Maar zeggen niet.

Want klaarder dan het menschelijke woord

Is 't vogelzingen; Daar is geen snarenspel, geen harpaccoord

Dat kan doordringen De ziel met vreugde en louterend geluk

Als déze toon, Die draagt 't verlangen van de wereld tot

Der heem'len troon.

Sluiten