Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beschemerd lag het lage bosch van eikenhout en hazelaren.

De wilde hop met rank aan rank klom over de gevlamde blaren,

En over heel den heestergroei lag waas en lichte kleurenbloei.

Geen enkle zachte windzucht deed de mijmerende stilt' bewegen ;

dè verten lagen onbestemd en mistig als van fijne regen ;

alleen een ekster met gekras schreeuwd' in het dichte houtgewas.

KLIMOP

Weligwendend uitgeslingerd,

murenlangs het breed geblaart', streeft de klimop vastgevingerd,

hunkerende hemelwaart. Overschermend, looverarmend

rank langs rank en top tot top, klimt ze altijd verder, verder,

immer hooggesperder op.

Immer reikt een rank, een taster opwaarts uit den ouden dosch,

tot weer deze vezelvaster schiet in weder loten los.

Breeduitlevend, zonnigbevend van de vreugde die ze torst,

klemt ze heel haar dorstend leven

I durvend aan der muren borst.

Sluiten