Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond zwart in maannachthelderheid een zwijgend beeld van simpelheid, een wrak in de verlatenheid, een ploeg.

Het kouter, den verborgen kamp ontrukt en bloot, was in den damp der schemering sléchts een helle schamp van licht,

waarboven schuins, een vreemde mast, een staak, . . . een arm, in koud contrast, de ploegstaart als een donkre tast stond opgericht.

Iets donkers — in het donker van den heuvel, waar nog laat een man hém had verlaten met een span

van paarden, stond hij daar stom, als aan den zoom der heide een gestorven boom zijn arme tronk rekt uit den droom

der aarde.

Geen stem van verre en geen krenk

van leven in den nevelenk,

een nachtkieft slechts met killen zwenk

. verzweef de in duister ; en dat stil teeken, mijmer-zacht in ongesproken vraag en klacht als donker wachter in een nacht van luister

Sluiten