Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe lang verloren was mijn blik in dit almachtig oogenblik; Er welde in mijn hart een snik

van vreugd ... of leed ? omdat misschien nog nimmer een zoo klaar besef aan mij verscheen waar God dien nacht en ik alleen

van weet.

O donkre ploeg ! verstilde kracht, gestuurd door ongeweten macht, hoe heeft mijn ziel aan U gedacht dat uur,

en met een weemoed en een lach geschouwd in 't land dat openlag dat gij doorscheurd hadt in den dag met zilver vuur.

En toen gedroomd hoe ieder jaar weer Uwe vastberaden schaar, de oude vezlen stoorloos maar,

doorsneed, en alle herinnering aan geluk hoe rijk en hoog-verrukkelijk in èèn meedogenloozen ruk

verreet.

Maar ook hoe Uw verholen zwaard, in grimmigheid diep door de aard, gelijk een schip in stoeren vaart,

de zee doorvorscht, Wat dood was keerend heeft bereid, voor bloei en wederweligheid, waar al wat leeft in hevigheid

naar dorst.

Sluiten