Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ff

• DAAN F. BOENS

DINANT

Ge weent zoo droeve en lang reeds, vrouwtjes van Dinant; uw stadje is dood, uw huisjes zijn in gruis, verlaten, uw schelle klokje zwijgt nu over 't eenzaam land, Wijl stom en eenzaam liggen uw geschokte straten.

En treurend loopt de Maas, doorheen de brugge-gaten, en zingt zijn vage wijs, die niet éen mensch-verstand in grooter leed kan denken; — 't minlijk-vrije praten der schipper-meisjes stierf, zoo 't klokjen over 't land.

En 't klinkt zoo diep-ellendig en zoo droeve uw weenen, doorheen de nauwe straatjes, die zijn uitgeleefd, en waar de vogeltjes, vergeefs om kruimels smeeken.

't Klinktdroeveuwleed,—dochaldiedoode.lossesteenen, waar nog de schoonheid van uw vroeger liefde om beeft, verhalen van den dag, die zal uw onschuld wreken.

(Uit: Van Glorie en Lijden. Sonnetten uit de loopgraven aan den Yser.)

HET SEIJK

Het slijk ligt op de wegen, waar de mannen dolen, het slijk verzuipt de loopgraaf waar de wachten staan, het slijk omspoelt de posten en de slapers-holen, met slijk is rug en beenen en 't gelaat belaên.

Sluiten