Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb 't gevoel, of 'kop 't bevroren glas Cirk'lend, zwevend, zwenkend op kunst'ge wijs, Met 't buigend bovenlichaam daal en rijs : 'Tis in mijn rug, of 'k zelf op schaatsen was.

Zoo hoop 'kdat, langs wiens geest mijn verzen glijen,

Alleen, in paren, of in lange rijen,

Schomm'lend op maat en rijm van Hollandsen staal,

Dat hij de wind, die mij droeg, zelf hoort waaien, En 't fijn slieren en 't heerlijk breede zwaaien Voelt van zijn eigen stemming in mijn taal.

Langzaam wringt zich 't water door 't stede dal, Verstaald tot gletscher, en bazalten wand Droppelt, geslepen door de gletscherrand, Bonkende blokkendonder, knal na knal.

Gestrikt om rotspunt, waait de waterval, Vlag van 't gebergte uit luchtig wapp'rend kant: Zijn kleurig beeld in 't ijle stuifsel brandt 'T van licht onzichtbaar centrum van 't heelal.

Machtig langs aangewezen helling gaat Naar rust van verre, diepe dood de daad, Oorsprong en drager van het menschenlot.

Daadlooze vorm van 't Zelfde, schouwt de geest Al 't zijnde als wat zal zijn en is geweest. En breekt tot kunst 't ontzettend licht van God.

Sluiten