Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik wil ééns vrij zijn, ééns oneindig'vrij, dat er geen liefde en lachen om mij is, geen zoete stem, geen blik van vrienden-oogen, geen weekheid en geen weemoed en geen lust.

'k Wil eenzaam stijgen in den Noordewind?* die in den killen nacht gestadig waait groot en onwetend.

Stijgend wil ik neerzien met kouden blik en onbewogen mond op wat voor eeuwig wegzinkt onder mij.

En als de passies, die 'kheb liefgehad, zich aan mijn kleedren hechten en 't gelaat met schreien heffen en mij angstig vragen, hen niet alleen te laten in den nacht. . .

dan zal ik zwijgend hun gekromde handen losmaken van mijn kleed, — en als zij vallen zal ik niet sidd'ren bij den doffen slag ....

maar zingend rijzen in den kouden nacht.

(Uit: Van de Passielooze Lelie).

Sluiten