Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheidend en heerschend. Zooals één man veel sterkere mannen dwingt, wel onderscheidend elks eigenheid en kracht, tot één geheel

van wondere bewerktuiging hen leidend, indien hij zelf maar zeer rechtvaardig is, onstoorbaar booven invloed van 't benijdend,

zelfzuchtig volk, ten uiterste gewis

in zijnen wil, van eenvoud zeer doorzichtig

in zijner schikkingen beteekenis.

En naar den geest van dezen enk'len richt zich de geest van allen, 't Kleinst kristal dat valt in vloeistof die zal stollen, worat gewigtig

voor 't gansche, dat zich vormt naar zijn gestalt. Zoo zij dat innerlijkste Zelf dat tevens ontwaart en rigt, en meer zich weet dan al't

ruuwere zielevolk, en dat des leevens.

kern is, eenvoudig, helder, rein en vast,

dan voegt zich 't andre zuiverlijk daarneevens.

Ja, al het andre. Niet één hoofdhaar wast buiten de macht van 'tZelf, welks heerschappije, met voegen, honderdvoud aaneen gepast,

reikt in het rijk der stof naar alle zijen.

Des menschen kracht van daad en weederstand

is in het leenig en gewillig glijen

aller verbindingen in 't gansch verband van ziel, van lijf en van die beiden samen. Wendt zich ook niet 't geweldig, vol-bemand

Sluiten