Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN HOLLAND

Zijt gij zoo schoon, o Holland, zijn uw stranden Zoo overvloeiende van zaligheid, Dat, heet omhooggestegen, tranen branden In 't oog, dat naar uw einder zich verwijdt i

Moest ik dus daarom zooveel jaren wachten.. Opdat ik dezen eenen, heilgen dag Op 't open schoon van uw gewijde prachten Het licht zou zien van Schoonheids eeuw ge lach

Waren mijn tranen, waren dan mijn snikken De strakke kracht, die mij langs vasten baan Voortdreven naar de siddrende oogenbhkken, Waarin, mijn land, ik u mocht gadeslaan ?

Vergeef mij, als 'k eertijds uw stilte smaadde, Toen mijne jeugd zich zelf nog niet doorzag, En bünd van waan in andre landen raadde, Waarvan üw strand, uw stroom bedolven lag.

Nu wordt het nacht, de schemeringen vloeien 't Vertrek reeds in, waar ik uw weldaad prijs, Maar nog, terzij, zie 'k felle ruiten gloeien : Uw laatste rood in 't snel verdichtend grijs.

Waar 't lang gedein der matte winterduinen In 't Zuiden buigend naar de kim der zee, Na 't langzaam, langzaam wazen zijner kruinen, Ten versten rand in dampen overglee,

Sluiten