Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en moeste ze beminnen, • en zij beminde haar ; beducht was zij van herten daar mocht een leêlijk dier eens op de blommen terdten in zijnen wilden zwier ; zij mochte, van de spinnen bedorven en verdaan, te kwijnen eerst beginnen, en dan te niete gaan; of door een lustig Jierte om heuren glans verrukt, eens worden, tot heur smerte, van heuren stam geplukt: zij dolf ze dus uit de aarde en uit den moedergrond, die haar het leven baarde, en daar zij geren stond: zij droeg ze op heuren boezem, en, met een zoet geweld, heeft zij den Heven bloesem in heuren hof gesteld ; daar ziet zij alle dagen heur zoete lieve blom, heur herte en heur behagen, heur blijdschap ende rom. „o Mocht gij lange bloeien verplant in mijnen hof, o mocht gij, blomme, groeien in schoonheid en in lof, en mocht ik het verhopen dat de Opperheer van al met nieuwe jonge knopen uw stam verrijken zal!" Zoo sprak de Maged reene,

Sluiten