Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mêt heure zoete taal,

wanneer zij zat alleene

bij heuren blommenstaal;

zoo wierden heur gebeden

van God den Heer aanhoord,

•en bloeit de blomme op heden

nog altijd immer voort.

Nu moet ik nog ulieden

verklaren wie en wat

't verdichtsel mag bedieden,

wat leering het bevat;

waar dat het veld mag wezen

waarop de blomme stond,

en wie de Maagd geprezen,

die deze blomme vond:

ik wete een van de vrouwen

in 't klooster, en indien

gij mocht de Nonne aanschouwen

gij zoudt de Blomme zien.

(Uit: Dichtoefeni->men.)

WINTERSTII/TE

Een witte spree

ligt overal gespreid op 's werelds akker ;

geen mensche en is,

men zeggen zou, geen levend herte wakker.

Het vogelvolk,

verlegen en verlaten, in de takken

des perebooms

te piepen hangt, daar niets en is te pakken !

Sluiten