Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a 5 o k a. 't Is goed ; ik luister.

T i s s a.

Voor meer dan driemaal honderd jaren heerschte,

Tien dagreizen noordwestelijk van hier,

Qoeddhodana als koning in de stad

Kapilawastoe. Maja was de naam

Der koningin, en eenmaal droomde zij

Een droom vol glans en heerlijkheid, en wist

Dat zij een schoon en heerlijk kind verwachtte.

Toen Maja's tijd vervuld was, baarde zij

Een zoon, Siddhartha, en de vorst, verblijd,

Ontbood op 't doopfeest wijzen en brahmanen.

Bij dezen waren enkle groote zieners.

De vorst vroeg naar de teeknen der geboorte.

De wijzen zagen 't kindeke en voorspelden,

Dat hij zou worden : öf een bedelmonnik,

Een, die de wereld zou verzaken, öf

Een machtig heerscher over heel de wereld.

Kort na des kinds geboorte stierf de moeder.

Siddhartha groeide schoon op en verbaasde

Zijn leermeesters door zijn verstand en wijsheid.

De koning, denkende aan wat hem de wijzen

Voorspelden van zijn zoon, was zeer bevreesd

Dat hij een bedelmonnik worden' zou

En het voor hem een huis van marmersteen

En cederhout, een heerlijk lustslot bouwen,

Dat lag temidden van een park vol bloemen,

Jasmijn en lotus, leliën en rozen,

Met vogelen en spiegelende vijvers.

Ook kreeg de prins tot vrouw Jaccxihara,

De heflijkste prinses uit het geslacht

Der Cakya's. De lusthof van den prins

Werd dag en nacht bewaakt door strenge wachters,

Sluiten