Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verlaten, prijs te geven 't koningschap, De wereld te verzaken. In den nacht, Toen alles om hem heen sliep, stond hij op En wierp een blik op wat hem dierbaar was, Het huis, het park, de vijvers en de boomen.

Hij ging nog eenmaal langs de wandelpaden En wierp den laatsten en den langsten blik Op Rahoela, zijn zoon, en op zijn vrouw. Toen, heimelijk, ontvluchtte hij zijn huis, Zijn vaderstad, zijn land. Nog trachtte Mara, De booze, op deze vlucht hem te weerhouden, Door hem de heerschappij en heerlijkheid Der gansche wereld te beloven. Doch De prins weerstond hem en werd kluizenaar, Om door onafgebroken zelfbeheersching En overpeinzing van 't geheim des levens Den weg, die tot verlossing voert, te vinden. Aidus verzaakte hij de gansche wereld Tot heil en zaligheid — der weerld.

A 9 o k a.

En ik —

Ik zou begeerd hebben ... een gansche wereld — Tot schrik, en tot verwoesting, van de wereld. . .

De koning buigt het hoofd neer en weent zacht.

(Fragment ui het Tweede Bedrijf.)

Sluiten