Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERMAN GORTER

: jj

UIT: MEI.

Een nieuwe lente en een nieuw geluid: Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit, Dat ik vaak hoorde voor eèn zomernacht, In een oud stadje, langs de watergracht — In huis was 't donker, maar de stille straat Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat Nog licht, er viel een gouden blanke schijn Over de gevels in mijn raamkozijn. Dan blies een jongen als een orgelpijp, De klanken schudden in de lucht zoo rijp Als jonge kersen, wen een lentewind In 't boschje opgaat en zijn reis begint. Hij dwaald' over de bruggen, op den wal Van 't water, langzaam gaande, overal Als 'n jonge vogel fluitend, onbewust Van eigen blijheid om de avondrust. En menig moe man, die zijn avondmaal Nam, luisterde, als naar een oud verhaal. Glimlachend, en een hand die 't venster 'sloot, Talmde een pooze wijl de jongen floot.

Ook lag een dorpje in dat dal, waar rook Fijn wemelde om heen van schouwen ; ook Dat zag ze. Glans maakte de zon in blauwe

Sluiten