Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu schijnt de zon op straat,

daar schreeuwt een mensch op straat,

et is klaterend karregeratel .

in de domm'lende verte.

't Klare kamerlichtgeklater met 't lampgoud, 't boekroodgesterte. Wakker öpdroomt wat er staat met 't rustig glimmeubelgelaat.

(Uit: Venen I.)

Sluiten