Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De maan ziet vaal door zwarte wolken heen En 't helmgras gonst, zand snort in donkre hoozen Langs diepe straat om zich in 't veld te loozen — Langs lichteloozer weg gaat zeker geen.

Maar licht is 't huis. Vertrouwlijk valt een schijn De muren langs in donkerder gordijnen En gaat in wondre plekjes scheemrig kwijnen Waar boeken duistren in een open schrijn.

En blond een vrouw en blond een vriend vergaren Hun zorgen om den knaap die zorgvol kwam. Die met een stillen lach zacht zit te staren : O of zoo'n vree hem eeuwig tot zich nam!

MAANNACHT

De sterren glommen stil en breeder Als parels in der neevlen zee, Zilver-doorvloeid was 't maanlicht weder. Wij liepen zwijgend en tevree.

Vol was de maan, wier stralen banden In zuivren kring de dampen grijs, Gelijk een meer in marmren randen Omcirkelend een hel paleis.

De wegen lijnden blank door donker. Boomen geveld de bermen langs Leken op eindeloos gekronkel Van slangen bleek van schubbenglans.

Sluiten