Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ = —n

I WIEBRANDUS HAANSTRA

HET BLANKE HUIS !

De Zomer blauwt op roode daken, De lucht is licht van zonneschijn — Er staat een blinkend huis te blaken Met vensters, die gesloten zijn. . De takken tikken op de luiken, De muren kaatsen vogelzang, Maar binnen blijft het vochtig ruiken, En schimmel kleeft er op 't behang.

Dat blanke huis met dichte blinden Staat bij het bosch, met strak gezicht —: Mijn Lief, wij zullen 't samen vinden En 't rondom oopnen voor het licht: Wij stooten büj de luiken los, Dan roep ik éénmaal luid: ,,o kom!" Mijn roep gaat over 't ruige bosch—, Komt uit de verte flauw weerom.

Nog blijft langs kopren kronen huivren De trilling van mijn stemgeluid—, Dan zal de wind de kamers zuivren En drijven duffe dompte eruit! Het zonlicht streept met blanke strooken Door 'thuis en ként geen stoornis meer, En glijdt, in reepjes stuk gebroken, Den trap langs bij de treden neer.

Sluiten