Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is dit nu de dood van de zomersche landen ? Is dit nu de smart om de stervende tijd —: Ik staar in het rond met gevouwene handen Naar de wereld zoo schoon en de hemel zoo wijd.

DE SPRENG II

|— Ik ben de ziel van 't heuvlig land. — Ik ben de klaarte, en al de dagen Puur ik mijn leven uit de lagen, Die rusten in mijn hoogen rand. Het sappig vocht in 't zand verspreid Wordt, waar 't in klare straaltjes huivert,

— Bij 't langzaam zinken fijn gezuiverd En weken tot dit doel bereid —

Inééns tot louter helderheid.

Als woorden van den dichter, die Gaat zingend niét zijn stem te buiten Toch zijn z'n lied'ren niet te stuiten : Om kracht van ztdvre melodie — Zóó vloeit mijn schoon uit vochtig zand In vrijheid's lang ontbeerd bewegen.

— Ik was de wolk, ik was de regen, Mij is al klaarte en vreugd verwant: Ik ben de ziel van 't heuv'lig land.

In mijne zijden, fijn en schriel,

Voel ik het siep'rend aard-nat beven,

Dat in mijn helder stroomend leven

Hereenigd wordt tot niets-dan-ziel.

En als dan (met een koelen huiver

Wanneer zijn blik door 't water schiet)

De mensch mij puur doorzichtig ziet:

Beleeft hij — maar begrijpt het niet —

Ziel's klaarte, als lucht en zonlicht zuiver I —"

(Uit: Het Blanke Huü).

Sluiten