Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F. L. HEMKES U= dl

SLAAP EN DOOD

Twee broeders heerschen over 't wereldrond ;

't zijn Slaap en Dood, de zonen van de Nacht:

de een droomrig schoon, met trekken vriendlijk zacht,

en de ander somber ; nooit verried zijn mond

't geheim, dat zelfs de broeder niet doorgrondt,

hem 't meest gelijk in wezen en in macht.

En de een spreekt 's morgens : „Frisschen lust en kracht

schonk ik wat leeft. Maar, broeder, doe mij kond,

wat gij, gevreesd door heel de Schepping, doet ?

'k Heb in de schemering uw vlucht bespied,

tot ik u zag verdwijnen bij den vloed

aan 's werelds eind, den zoom van mijn gebied ;

welk land voert gij uw kindren te gemoet ? "

Maar de ander luistert stil en antwoordt niet.

DE-SCHADUW VAN DEN DOOD

Wij zaten neer in 't heidekruid ; daar vloog een wolk vóór 't zonlicht en een zwarte stip streek langs het bosch, als waar 't een floers van krip, de schaduw van een ziel, die henentoog. Verschrikt schoot ginds een vogel wild omhoog

Sluiten