Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij hebben zij heugnis alléén gebracht; het hart trilt bij de stem dier blijde boden, maar vindt geen spraak en blijft binnenst-omnacht.

Als een speeltuig, waaruit de ziel gevloden is, zwijgt, hoe vingertoppen vleiend teer tot zoeten klank de stómme snaren nooden,

zoo drukt ge geene melodiën meer

uit mij voortaan, geurwinden, zoete roken

die mij liefkozen komt gehjk weleer

want deze snaren der ziel zijn gebroken.

(Uit: De Nieuwe Oeboort.)

UIT : DE MOEDER.

Bij de moeder begint de wereld ; in 't hart

staat ze van af het eerst-bewuste, stadig

door der dagen en nachten val,

zij met de warmte van het open hart,

in stem en oog en streelgebaar weldadig

meevoerend het thuis-veüige overal.

En óm haar de heel-eigene atmosfeer,

eeuwig gehjk en doorzichtig-gezeefd

van innigheid die geen één ander heeft:

iets helderzachts, dat in haar stem 't meest teer

is vastgelegd en o haar hand hoe zacht.

Haar glimlach is als een maanlichte nacht.

De moeder heeft de onbesnoeide macht

die reikt van voor leefheugenis begon

en alle vezels trekken tot haar heen.

Jeugd steigert, stelt zich op zichzelf alleen,

en waant ontijdig, dat zij alles won

Sluiten