Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als over weiden wen de schemer valt,— ja de zinnen en hun scherpte vermindren, de ziel verbleekt in teeder avondrood, dan komt het laatst geluk, de liefde groot te voelen blijven in het hart der kindren.

Zij zien het zinken aan met stillen schroom, zij dompelen wat afneemt in den stroom herinnering, die drenkt alles met glans : zie een nieuw licht verschijnt aan d' avondtrans: kindsliefde, die zoo lange vroeg, wordt gevend ; de moeder is als kind in 't kindhart levend : o schoone voleinding van schoonen krans!

(Uit : Opwanrtschf Wegen.)

UIT: KATHARDSTE.

(De dichteres herdenkt het vreeselijke lijden van Katharine Breschk ofski, die tijdens de czaristische regeering verbannen werd naar Siberië. Onderstaand fragment is een beschrijving van het Siberische klimaat.)

Helaas,—in onze streken kleurt zoo zachte, gloed vaak den dag die tot de kimmen neigt, dat het oog twijfelt of lentes verwachten dan najaars-heugen aan de heem'len stijgt.

En als December-zon mat-schuine stralen uitzendt over het zilver-pluimig riet, lijkt het halmen-oogst, klaar om in te halen, en 't hart verwacht een leeuwerikken-lied.

Sluiten