Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERDENKEN

Dit, moeder, zijn uw dagen weer, Het eenzaam feest van u en mij, Geen vreemde stemme spreek nu meer.

Dit is ons eigen droomgetij,

Ons hart moet weer ons hart verstaan,

Geen vreemde stemme lach of schrei.

De kleine hof, het huis, de laan, — 't Is al zoo stil, als hoort het nu Uw voetstap die komt nadergaan.

Want hof en huis ze wachten u, Zopals mijn leege hart u wacht, Door 't stage wachten wachtens-schuw.

In 't late loover ritselt zacht

Een matte dauw, een glans-geween.

Uw huis, uw hof, mijn harte wacht,

't Wacht al zoo stil en hoort uw schreên. Uw rozen bloeien als weleer. September gloort door nevels heen.

We zullen zijde aan zijde gaan, Uw kleinen tuin door langs dat pad Waar de asters en de rozen staan. .

De rozen laten blad na blad,

Om de asters droomt de nevelgloor.

Herkent ge 't pad nog, waar ge tradt ?

Nu dwaalt uw blik het hofke door — De vruchten rooden aan den muur, — Door 't hofke, dat uw blik verloor.

Sluiten