Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ge ziet het wachtte u, uur na uur, Zooals ons huis van vreugde leeg, Zooals mijn hart, dien langen duur.

Het wachtte u, maar uw weg ontsteeg Den aardschen tuin, naar verre stad. Vergeefsche bloei herbloeide veeg.

Thans schijnt uw zachte oogenlach Het tiiintje door langs perk en pain. September gloort. Dit is uw dag.

Speelt voor uw oog, als voor het mijn, Een dans van sterren wemel-licht ? We gaan in d' avond uit den schijn.

Ik sluit de deur behoedzaam dicht, Geen stem, geen voetstap die ons stoor. Zit neder bij der lampe licht.

Neem 't werk op dat uw hand verloor, Buig over 't lijnwaad als ge placht. Ik neem dat boek weer als te voor.

En zie, de rozen beven zacht,

De rozen tusschen u en mij,

Nu zoo uw oog naar 't mijne lacht,

Nu zoo uw stem zegt, als ze placht: „Mij is de stilte 't liefste goed", Nu weer van u naar mij, zoo zacht,

De stilte komt die droomen doet, Van u naar mij de stilte weer, Die dit bang hart herleven doet En maakt me 't kind weer van weleer.

Sluiten