Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEBED. g«<v

Thomas a Kempis III B. 23 Hst. 3.

Eaat in mijn ziel de schijnen vallen,

O Jezus, van der Stilte licht,

Tot uit mijns harten diepe halle

Al duister voor die klaarheid zwicht.

Doe ijl gepeins en fel bekoren

Als nevels voor uw wenk vergloren.

Sta gij daar als mijn sterke strijder, Die 't sluipend roofgedierte weert, Ö Jezus, als der ziel bevrijder Van wat ze in droom en lust begeert, Opdat staag harts doorzongen zale . Uw lof in overmaat herhale.

Sta, en gebied daar wind en vlagen, Zeg tot de zee : „Eeg zacht u neer," Zeg tot den storm : „Houd in dit jagen." Uw vrede breid' de vleugels weer, Uw licht en waarheid daal naar de aarde Of morgenglansen openklaarden.

Ik ben die aarde, gij die glansen,

Ik ben die dorre woestenij,

Tot over hemels hooge transen

De hef de stroomt van U naar mij,

Uw dauw harts gronden mild komt drenken

Opdat ze U goede vruchten schenken.

Ach, hef mij uit den druk der zonden, Hef mijnen wil tot U omhoog, .-^^g. Dat ik Uw zoetheid ééne stonde,

Sluiten