Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veld en wei, heuvel en dal, en vlakte en woud. immervoort, vloeien ineen met grootschen zwier golvend tot d'uitersten rand der aarde . . . Verder door dringt de geest.

Ginds gewis, binnengereisd in 't blauw verschiet, achter 't warm weemlend gestoei van aarde en lucht, plukt men, van geurigen twijg, de bloeme van zoete rust, zielevreê.

UIT: UIT WESTERUOO

UI. LANGS DE NETHE

Lijzig rimpleud vloeit de Nethe door de diepe dennenwouden, door de weiden, langs de dreven,

in dit land van peis en vreê, wouden, lanen, vee en hoeven, slanke scherpgespitste torens en den dunbewolkten hemel

wentlend in heur rimpling meê.

Glijdende uchtendzonnestralen zilvren fijn den lichten nevel, traagzaam wuivend om het landschap

als een sluier, maagdlijk blank; en geen klank trilt in die stilte dan, van verre — o ver ! — gevaren, slechts, bij poozen, halvling hoorbaar,

een verdoofde torenklank.

Sluiten