Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. LOUIS LEIPOLDT

- . —y

AAN MIJN OU VRIEND.

Jij is al tagtig, en jouw kop is wit — Wit soos die sneeuw, en witter als 'n wolk Daar bo ons in die blouwte van die lug. Jij is al tagtig, stijf in elke lid — Maar nog vir mij, en altijd vir ons volk, Van wat voorheen was, wat sal kom, 'ntolk, Wat goed sijn taal verstaan en praat kan sondérsug.

Jouw oog is flink nog, en jouw hand is vas : Jij kan 'n jongmens nog . als leier dien Oor al die paaie, wat jij het deurkruis ; Jij kan nog help met elke sware las.— Jij, wat so veel gehoor het en gesien Van agtien dertig tot aan neèntieh tien, So lang geswerwe het — so na nou aan jouw huis !

Nooit is jouw hande swak vir goeie werk,

Nooit dof jouw oog — al dink jij aan die tijd, Die tagtig jare van jouw lewensbaan.

Soms was jij swak misskien; soms was jij sterk; Soms was jouw hart gekwel deur haat en nijd ; Soms het jij pijn gehad, misskien ook spijt, En soms als lewensprijs jouw fooi betaal — 'n traan.

Sluiten