Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maria en Jozef liepen tesaam de donkere straten door en vroegen bij alle menschen aan en vonden er geen gehoor.

En hadden eindeüjk in een stal hunnen intrek genomen en zochten zwijgend zich terecht in dit hun onderkomen.

Na angst en nooden waren gerust ingeslapen zij beien en ook het kindje was gesust, dat gekomen was met schreien.

Maria lag bij haar jonge kind gelukkig en uitgeput en Jozef hield zijn knikkend hoofd in de linkerhand gestut.

En engelen zweven met vleugelslag om de drieën, dit nieuw gezin en de driekoningen komen aan en houden hun voeten in.

DE MOEEN.

In den lichtblauwen lentedag met gouden sprenkeling (hamerslag van spattend zonneaambeeld), in de leege opening van de nog blinde lucht, die zich te bezinnen lag, loopen nu zuchten, een verzachting al

Sluiten