Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezogen in de werveling,.

het kleeft aan de spijlen en aan het leeg

latwerk en ijl en wonderlijk veeg

wordt er hun weefsel, een web verward

met open gaten en flard bij flard,

een ruigte, die bindt en samenhoudt

het kantige hek, het ruwe hout

en ordeloos omgeslingerd is

als grillige voorjaarswildernis

volgroeid ; en "midden in dit struweel

een verdichtingsbegin, een grijs juweel

bestoven parelen, diadeem

te loor gehangen in den zweem

van haren, in hun net verstrikt

de ghnsterstrengen langs geschikt,

een sprenkelreeks, een zilverrist,

over den dichten heg verkwist

de sierselen. Welke dagvorstin

met slippenrand opflitsende in

de hemelhelderte even, voer

door dit gewest en liet het snoer

ontzinken ? "Welke vinger had

den hoogen luister aangevat

en iets van verre aetherschat

gebracht in deze huizenstad ? \:r . ^3

(Uit: Vent» *.)

• Uiig. W. en J. Britste Rotterdam.

Sluiten