Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BERIJPT BOSCH

O, toovertuin van wit-berijpte twijgen ! O, blanke broosheid, tegen teer-fluweelen Bleek-blauwen hemel! Woud van gruis-juweelen ! Wat staat gij op, in roerloos glinster-zwqgen,

In flonkrend, Hemen-flitsend, vonken-spelen, Waardoor de minste dingen wijding krijgen: Geknakte halmen, die bevracht zich nijgen, En gras, en uitgevallen bloeme-stelen.

Ge zijt het allerschittrendst', hoogste-mooie,

Dat aarde geven kan in doode dagen!

Broos sprookjesland, bij 't late morgen-gloren,

Toen nevel introk grauwe sluier-plooien

En langzaam vlood, tot vonklend schoonheid-dragen

Uit starlicht-zwangren winternacht geboren.

(Uit : Verzen, Eerale Bundel.)

VAN D'EEVEN

Uit den vijver, maan-beglansde, Waar de witte lelies welven, Rijzen rank de bloem-bekranste, De in het maanlicht lichtende elven.

Dokkend blank, de lange haren Rijk van zilverwaas omwonden, Gaan ze in losse lelies varen, Aan kapellen vastgebonden,

Sluiten