Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hem neemt verlangen-machtig Naar dien beker wonderdadig; En zijn hart slaat snel en krachtig, En God zij zijn ziel genadig . .. !

Uit den vijver, maan-beglansde, Waar de witte lelies welven, Rijzen rank de bloem-bekranste, De in het maanlicht lichtende elven.

En ze lachen, en ze zingen, En ze wuiven met hun haren, En ze fluistren wondre dingen, Van een schat die zij bewaren.

(Uit: Verzen, Tweede Bunde

Sluiten