Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eeuwigheid wacht onbewogen, boven haat en mededoogen, boven bangen en verblijden, boven aardes ruimte en tijden. Achter stervens doode logen wacht het eeuw'ge, onbewogen. (Een stilte)

Silvio. Is dat een lied van menschen die gestort zijn in een afgrond van zoo diepe ellende ? De Vader. Door tranen zijn hun oogen zoo verhelderd dat hun een glans van overaardsche dingen geopenbaard werd, die hun blikken blindt voor menschenvreugd of menschehjke smart. Silvio. Wel stelde God ons dezen tot een teeken, maar op een andre wijs dan Tobias

vermoedde Dit maakt alles in mij stil,

en schaamte ontdekt in mijn ootmoedigheid

den kranken waan van ongerechten trots

Mijn Vader, wat het einde moge zijn van dit gebeuren, dat met sterke hand in de verbijst'ring van mijn denken grijpt, dit heldre schouwen in mijn eigen hart is waardevol gewin, dat mij voorgoed behooren zal.

De Vader. Zoo wendde een sterke macht

uw noodlot tot een blijden lijdenskeer.

Silvio. Zijn allen die dit huis besloten houdt,

zoover gevorderd in den scherpen strijd

van mensch op eigen menschlijkheid, dat zij

de schoon verworven vrijheid van de ziel

voor altijd minnen leerden boven de

gebondenheid van 't ongebonden lijf ?

De Vader. Niet allen. — Eén is onder ons, die voor

de roepstem van de wereld nog het oor

niet sluiten kan ; zij kwam het laatst, en lang

Sluiten