Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar de hooge popels klaatren en de wilgen stil en grijs wiegen aan de wijde waatren de oude, wei-geweten wijs, schoof zijn punter door de struiken, tot de glans-geschubde schaar uit den val der volle fuiken sprong en spartelde in de kaar.

Visscher, — eer hij werd genepen in den greep der sterke stad, die hij zocht in onbegrepen zucht naar 't geen hij nooit bezat, telde een knaap u tot zijn vrinden, die u langs den loggen dijk vele malen wist te vinden in uw riet-omruischte wijk.

Die u droomend vergezelde over wetering en kreek, starend in de wolk-ontwelde klaarheid van .den hemel keek ; — die uw donker zwijgen deelde, als zijn hand in 't water hing en de spiegeling doorspeelde die de gansche wereld ving.

Als het zon-doorzoelde streelen van den deinzensreeden dag huiverde om de blauwe abeelen waar uw woning achter lag, — als het schelle kievit-schreeuwen stilde in 't rood-geronnen west, en de moegedeinde meeuwen wiekten naar het wachtend nest,

Sluiten