Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAREL VAN DEN OEVER

Transit fdandria

De druif waast blauw en rijp in de uitgebloeide blaren, de appel kopert rood de kruin der appelaren ; de peer verguldt in 't welkend loof 'dat twijg na twijg bezwaart . . Hoe heerlijk, God, is uw natuur en 't leven hier op aard.

In Vlaand'ren zwol de bol'ge druif eens over vele jaren .... De appel glom in 't roestend blad, de peer in koele blaren ....

„mor Aa+ -ank-ncra arA\ntA

ïï aai üuii. Y»\_v.j. vicvi. ..ijüjjv.™

waar rijpt de gulden peer ?

De appel dort in 't geel geblaart

want Vlaand'ren|bloeit niet meer.

O, GUDDEN, GUDDEN SPOREN . .

Hoort gij de vlammen kraken ? Ach, Iepren, Iepren brandt! De duistere luchten blaken en rooder gloeit mijn land;

Sluiten